Van Burmese afkomst

Illustratie: trouwinschrijving van Gerrit Indijck 'van Siam', 7 augustus 1678.,

Gerrit en Adriana Indijck waren de kinderen van de Alkmaarse VOC-man Hendrik Indijck en de ‘vrije vrouw’ van Burmese afkomst Osoet (of Cao Sut). Ze kwamen aan het einde van de zeventiende eeuw na heel wat omzwervingen naar Alkmaar.

Thailand

Gerrit en Adriana werden geboren in Siam, het huidige Thailand. Hun vader Hendrik, een Alkmaarse notaris, werkte daar voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) toen hij kennismaakte met Osoet. Zij had al een relatie gehad met een paar van Hendriks voorgangers. Osoet leverde de VOC-kooplui belangrijke handelscontacten in ruil voor een voorkeurspositie in de handel. Ze kreeg een zoon en enkele dochters met haar buitenlandse handelscontacten. Met Hendrik kreeg ze Gerrit en Adriana.

Tante Trijntje

Osoet hield haar kinderen bij zich, ondanks de pogingen van de verschillende vaders om hen op te eisen. Dus toen Hendrik in 1655 Siam verliet voor een functie in Cambodja, liet hij Gerrit en Adriana bij hun moeder achter. Maar toen Osoet drie jaar later overleed, haalde hij de kinderen naar Japan, waar hij intussen gestationeerd was. Uiteindelijk kwamen Gerrit en Adriana terecht in Batavia, en vandaar stuurde Hendrik ze naar Nederland. Zo kwamen ze in Alkmaar wonen, waarschijnlijk bij hun tante Trijntje.

Kwartels vangen

Hendrik overleed in 1664 in Batavia, maar hij had ervoor gezorgd dat zijn kinderen regelmatig een uitkering kregen uit een fonds waarin hij zijn erfenis had veiliggesteld. Adriana trouwde met een Alkmaarse chirurgijn (en later deurwaarder), Pieter van der Hoolick. Ze stierf in 1744, voor zover we weten kinderloos. Gerrit trouwde met Catharina van den Broek, dochter van een rijke Amsterdammer, en werd notaris. Hij overleed al twintig jaar voor zijn zus: ‘Den 8 juny 1724 wierd hij ’s morgens vroeg even buyten de stad dood gevonden. Hij was uytgegaan om quartels te vangen.’ Gerrit liet een zoon en vier dochters achter.

 

Zie:

Paul Post, Twee Thaise kinderen in 17e-eeuws Alkmaar

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De