Gerrit en Adriana Indijck waren de kinderen van de Alkmaarse VOC-man Hendrik Indijck en de ‘vrije vrouw’ van Burmese afkomst Osoet (of Cao Sut). Ze kwamen aan het einde van de zeventiende eeuw na heel wat omzwervingen naar Alkmaar.
Thailand
Gerrit en Adriana werden geboren in Siam, het huidige Thailand. Hun vader Hendrik, een Alkmaarse notaris, werkte daar voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) toen hij kennismaakte met Osoet. Zij had al een relatie gehad met een paar van Hendriks voorgangers. Osoet leverde de VOC-kooplui belangrijke handelscontacten in ruil voor een voorkeurspositie in de handel. Ze kreeg een zoon en enkele dochters met haar buitenlandse handelscontacten. Met Hendrik kreeg ze Gerrit en Adriana.
Tante Trijntje
Osoet hield haar kinderen bij zich, ondanks de pogingen van de verschillende vaders om hen op te eisen. Dus toen Hendrik in 1655 Siam verliet voor een functie in Cambodja, liet hij Gerrit en Adriana bij hun moeder achter. Maar toen Osoet drie jaar later overleed, haalde hij de kinderen naar Japan, waar hij intussen gestationeerd was. Uiteindelijk kwamen Gerrit en Adriana terecht in Batavia, en vandaar stuurde Hendrik ze naar Nederland. Zo kwamen ze in Alkmaar wonen, waarschijnlijk bij hun tante Trijntje.
Kwartels vangen
Hendrik overleed in 1664 in Batavia, maar hij had ervoor gezorgd dat zijn kinderen regelmatig een uitkering kregen uit een fonds waarin hij zijn erfenis had veiliggesteld. Adriana trouwde met een Alkmaarse chirurgijn (en later deurwaarder), Pieter van der Hoolick. Ze stierf in 1744, voor zover we weten kinderloos. Gerrit trouwde met Catharina van den Broek, dochter van een rijke Amsterdammer, en werd notaris. Hij overleed al twintig jaar voor zijn zus: ‘Den 8 juny 1724 wierd hij ’s morgens vroeg even buyten de stad dood gevonden. Hij was uytgegaan om quartels te vangen.’ Gerrit liet een zoon en vier dochters achter.
Zie:
Paul Post, Twee Thaise kinderen in 17e-eeuws Alkmaar



