Op 9 april 1656 werd in het trouwboek van de stad Alkmaar genoteerd dat Jacob Lamaij ‘van Taijvan’ ging trouwen met Annetje Struijs. Jacobs achternaam verwees naar het eiland dat de Nederlanders Lamey noemden, voor de Taiwanese kust. In de trouwakte staat dat Jacob en Annetje allebei in Alkmaar gewoond hadden, maar intussen naar Amsterdam waren verhuisd. In Amsterdam was het stel een maand eerder al in ondertrouw gegaan. In het Amsterdamse ondertrouwregister staat dat Jacob Lamaij 24 jaar oud was, en ‘indiaen’. Annetje kwam uit Kniphausen in Duitsland.
Massamoord
Hoe een Taiwanees als Jacob in de zeventiende eeuw in Alkmaar terechtkwam weten we niet. Misschien was hij wel mee teruggekomen met een van de Alkmaarders die een belangrijke functie hadden bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie, zoals Wollebrand Geleynsse de Jonghe of Cornelis van der Lijn. In 1636, toen Jacob een jaar of vier was, hadden soldaten van de VOC op Lamey honderden mensen vermoord en anderen gedeporteerd naar Taiwan en Batavia om daar in slavernij te werken. Het was een vergeldingsactie voor de moord op de opvarenden van twee VOC-schepen die daar voor de kust waren vergaan. Misschien is de kleine Jacob Lamaij toen wel naar Taiwan of Batavia gebracht, en vandaar uiteindelijk naar Alkmaar.
Poorter
In havenstad Amsterdam kon Jacob Lamaij waarschijnlijk makkelijker werk vinden dan in Alkmaar. Toen hij in 1667 voor de tweede keer trouwde, nu met Claertie Ariaens, werd in de ondertrouwakte opgetekend dat hij varensgezel van beroep was. Claertie Ariaens was de dochter van een Amsterdamse poorter. Poorters hadden als ‘officiële’ burgers van de stad speciale voorrechten. Dankzij zijn huwelijk met een poortersdochter werd Taiwanees Jacob Lamaij in april 1668 zelf ook poorter van Amsterdam.
Neeltje
Jacob en Claertje kregen ten minste één kind. Op 3 juni 1668 lieten ze hun dochter Neeltje dopen in de Amsterdam Westerkerk.
Zie:
Trouwakte in Oud-rechterlijke archieven van Alkmaar (10.3.006), inv.nr. 949, 9 april 1656; Natalie Everts, ‘Jacob Lamay van Taywan. An Indigenous Formosan Who Became an Amsterdam Citizen’, in: David Blundell (ed.), Austronesian Taiwan: Linguistics, History, Ethnology, Prehistory, Taipei 2009, pp. 153-158.



