‘Oostzeelanders’

Illustratie: Afbeelding: een handgekleurde zeekaart of ‘Pas-caart’ van de Oostzee, door Gerard Coeck, 1673 (Rijksmuseum Amsterdam).

Tientallen mensen uit het ‘Oostland’ trouwden in de zeventiende en achttiende eeuw in Alkmaar. Zij waren afkomstig uit het Oostzeegebied: het uitgestrekte gebied ten oosten van de Weser, van Hamburg tot Danzig en Koningsbergen aan toe. Omdat ze lastig onder één noemer te vangen zijn, gebruiken we hier voor hen ook wel de kunstmatige term ‘Oostzeelanders’.

Moeder van alle handel

Nederlandse kooplieden dreven sinds het einde van de middeleeuwen volop handel met het Oostzeegebied, vooral in hout en graan. Die handel was zo lucratief en belangrijk dat de Oostzeehandel bekend kwam te staan als de moedernegotie: de moeder van alle handel. En die moedernegotie was zo succesvol dat die aan de basis stond van Nederlands ‘Gouden Eeuw’. Amsterdam dankte er ook zijn opkomst als belangrijkste handelsstad van Nederland aan. Wanneer er veel handelgedreven wordt met een gebied, wordt er ook veel uitgewisseld. In de eerste plaats handelswaar natuurlijk, maar mensen die betrokken waren bij de koopvaart bleven ook wel eens hangen op hun handelsbestemming. En zo kwamen er ook ‘Oostzeelanders’ terecht in Alkmaar.

Varensgezel

Een deel van de mensen uit het Oostzeegebied voerde beroepen uit die nauw te maken hadden met de scheepvaart. Zo vonden we Pieter Fredericksz en Jan Kerstens, allebei ‘varensgesel’ uit het Oostland, terug in de trouwboeken. Andere ‘Oostzeelanders’ die zich in Alkmaar vestigden, hadden beroepen als lijndraaier, lintwerker, stoelmaker, leerbereider, houtzager en kuiper. Ze trouwden vaak met vrouwen uit Alkmaar of omgeving. Een enkele bruid, zoals Lijsbeth Dirks uit Stockholm en Merritien Claes uit ‘Luckstadt in Oostlant’, kwam zelf ook uit het Oostzeegebied.

 

Afbeelding: een handgekleurde zeekaart of ‘Pas-caart’ van de Oostzee, door Gerard Coeck, 1673 (Rijksmuseum Amsterdam).

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De