Hoogduitse joden

Illustratie: Afbeelding: Detail van een bouwtekening van een verbouwing van de synagoge aan de Hofstraat, 1844 (Regionaal Archief Alkmaar).

In de tweede helft van de zeventiende eeuw kwamen er – na de Portugese joden uit het begin van de eeuw – opnieuw joden in Alkmaar wonen. Deze keer waren het zogeheten Hoogduitse joden: joden uit Midden- en Oost-Europa, met name uit het Duitse rijk en Polen. Zij werden in hun land van herkomst vaak vervolgd, en namen hun toevlucht tot de Nederlandse Republiek, waar iedereen mocht geloven wat hij wilde.

Joodse slager

Anders dan de joden uit Portugal en Spanje waren de Hoogduitse joden vaak erg arm. Het Alkmaarse toelatingsbeleid was voor hen daarom minder soepel dan voor de welgestelde Portugese joden. Toch nam vanaf de late zeventiende eeuw het aantal Hoogduitse joden in de stad langzaam toe. De joden bleven lang een aparte groep. Ze spraken onderling Jiddisj. Joden mochten zich niet aansluiten bij een gilde, terwijl voor veel beroepen het lidmaatschap van een gilde verplicht was. Daarom waren de meeste joden kleinhandelaar of winkelier. In het midden van de achttiende eeuw verwierf een joodse slager als eerste jood het Alkmaarse poorterschap, het officiële burgerschap.

Synagoge

Aan het eind van de achttiende eeuw woonden er 129 joden in Alkmaar; in het midden van de negentiende eeuw waren het er intussen meer dan tweehonderd. De Alkmaarse joden hadden in 1744 toestemming gekregen een huis in te richten als synagoge. In 1808 kochten ze een gebouw in de Hofstraat dat ze speciaal lieten verbouwen tot synagoge. In 1826 kreeg de synagoge vervolgens onder meer een nieuwe voorgevel, meer ruimte binnen en een galerij voor vrouwen. De synagoge is sindsdien nog een paar keer verbouwd, en bestaat nog steeds.

 

Afbeelding: Detail van een bouwtekening van een verbouwing van de synagoge aan de Hofstraat, 1844 (Regionaal Archief Alkmaar).

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De