Een Schots gezin

Illustratie: trouwakte van David Niel, 1627.

David Niel was een Schotse soldaat. De Nederlandse spelling van zijn achternaam is waarschijnlijk een verbastering van Neal of Neil. David maakte deel uit van het Schotse garnizoen dat in de eerste helft van de zeventiende eeuw in Alkmaar was gelegerd. Hij diende onder kolonel Hinderson. Zo droeg hij zijn steentje bij aan de strijd tegen de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het kwam regelmatig voor dat de Schotse soldaten een Alkmaars liefje kregen. In het geval van David (en een aantal van zijn collega’s) mondde dat in 1627 zelfs uit in een huwelijk.

Alkmaars liefje

Davids Alkmaarse liefje heette Annetgen Clerck. Of Annetgen Daniels: ze komt onder beide namen voor in de Alkmaarse akten. Dat gebeurde vaker, want een vaste achternaam bestond toen nog niet – hoewel het wel vaak gebeurde dat achternamen generaties lang hetzelfde bleven. Annetgen stond blijkbaar bekend onder haar patroniem (Daniels, van Danielsdochter) en misschien wel om het beroep van haar vader (klerk).

Niellius

Op 30 mei 1627 werd het voorgenomen huwelijk tussen de ‘Schotsman’ en Annetgen genoteerd in het trouwboek van de Grote Kerk. In de marge staat dat het stel inderdaad ‘getrout’ is. Het echtpaar kreeg in ieder geval twee kinderen: Daniel (vernoemd naar Annetgens vader) in 1630 en Aechge in 1635. We komen Daniel later regelmatig tegen in verschillende notariële akten. Hij voert dan de achternaam ‘Niellius’: een gelatiniseerde versie van de achternaam Niel. Overigens stond ‘Niellius’ ook al achter de naam van vader ‘David Niel’ genoteerd in de doopinschrijving van Aechge.

‘Sieck te bet’

Daniel Niellius, zoon van de Schotse soldaat en zijn Alkmaarse liefje, lag ‘sieck te bet’ toen de notaris in 1686 zijn negentien pagina’s tellende testament afnam. Hij is dan ‘bejaert Jongeman’: oud en ongetrouwd. Hij had een flink fortuin opgebouwd, want in zijn testament wordt de vererving van duizenden guldens geregeld. Ondanks zijn ziekbed heeft Daniel na het opmaken van het testament nog een paar jaar geleefd: in juli 1689 overleed hij. Hij werd naar Amsterdam gebracht om te worden begraven. In Alkmaar hebben de klokken van de Grote Kerk, waar zijn ouders 62 jaar eerder trouwden, twee uur lang geluid.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De