Een Italiaanse stukadoor

Illustratie: tekening van de Sint-Dominicuskerk of Banenkerk aan de Baangracht in Alkmaar, rond 1800.

Italiaan Damianus Paleari kwam waarschijnlijk als soldaat naar Nederland, maar toen hij zich rond 1790 in Alkmaar vestigde werkte hij als stukadoor. Dat was een beroep dat (rondreizende) Italianen wel vaker uitoefenden. Ze maakten de mooiste ornamenten van pleisterwerk, dat ze ook beschilderden.

Milaan

Paleari trouwde in 1785 in Haarlem met Margaretha Wels. Volgens de trouwakte kwam hij uit Milaan. In Haarlem werd het eerste kindje van het stel geboren. Daarna verhuisde het gezin naar Alkmaar. Daar liet Paleari in augustus 1790 zoontje Martinus Xaverius dopen in een van de rooms-katholieke schuilkerken, de Sint-Dominicuskerk aan de Baangracht, op de hoek van de Oudegracht. Volgens de adressering op een brief die Paleari in 1796 aan zijn vrouw schreef, woonde het gezin aan de Oudegracht, of Oude Vest, zoals die toen heette. Paleari noemde zichzelf ‘meesterstukadoor’. Zijn buurman daar, Henricus Hak, werd in januari 1793 peetoom van Paleari’s dochtertje Maria Anna. Paleari kreeg in totaal vijf kinderen.

Weeshuis

Damianus Paleari overleed in april 1800, 45 jaar oud. In het register van het middel op begraven, een belasting op begrafenissen, staat hij aangeduid als ‘arm’. Volgens dat register liet hij vier minderjarige kinderen na. Een zoontje van tweeënhalf was twee jaar eerder overleden. Hun moeder Margaretha leefde nog, maar toch belandden de kinderen Paleari in het rooms-katholieke weeshuis. Misschien kon Margaretha zelf niet voor de kinderen zorgen. Dochtertje Maria Anna van zeven overleed al na een paar maanden in het weeshuis, en in 1803 stierf daar ook het jongste dochtertje, Bartje. Zij was vijf jaar geworden. Zoon Martinus Xaverius Paleari overleefde het weeshuis en werd kleermaker. Tegenwoordig wonen er nog steeds Paleari’s in Alkmaar.

 

Zie:

W.A. Fasel, ‘De afstammelingen van Damianus Paleari’, Oud Alkmaar, 2 (1976) 1, pp. 46-50.

 

Afbeelding: De Baangracht in Alkmaar met uitzicht op de Oudegracht, rond 1800. Links de rooms-katholieke Sint-Dominicuskerk oftewel Banenkerk.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De