Een Engels dievenhol?

Illustratie: Afbeelding: Het buurtje buiten de Alkmaarse Nieuwlanderpoort waar Jan en Fillis woonden op een kaart uit 1657.

In het huis van het Engelse echtpaar Jan en Fillis was het in 1662 een komen en gaan van schimmige figuren. Het lijkt erop dat zij gestolen spullen uit de wijde omtrek kregen, en die vervolgens verkochten of verpandden – hoewel Jan en Fillis zelf dat ten stelligste ontkenden.

Examenboek

Jan en Fillis duiken in de zomer van 1662 op in een ‘examenboek’. Dat is een boek waarin verhoren van criminelen staan opgetekend. Ze kwamen uit Engeland en heetten in het Engels vast John en Phyllis. Fillis was zestig jaar, Jan was 58. Ze woonden al jaren in Alkmaar. In 1646 waren ze getrouwd in de Grote Kerk. Ze woonden toen buiten de Nieuwlanderpoort, aan de zuidoostkant van de stad.

‘Swart persoon’

De twijfelachtige praktijken van Jan en Fillis kwamen aan het licht toen de jonge dievegge Lysbet Moot, ook uit Engeland, werd opgepakt en verhoord nadat ze een stel zakken, een rok, een deken, een kaas en wat tarwe had gestolen van een boer uit Heiloo. Lysbet vertelde dat ze vaker gestolen spullen aan Fillis gaf, die ze dan bijvoorbeeld naar de lommerd bracht. Ze had ook gezien dat er ’s nachts vreemd volk allerlei spullen bij Fillis kwam afleveren. Onder hen was een lang ‘swart persoon’ die Pieter heette en met wie Fillis een vreemde taal sprak.

Eerlijk gekocht

Fillis en haar man Jan werden ook opgepakt. Tijdens hun verhoor ontkenden ze alles. Fillis beweerde dat ze al haar mooie spulletjes eerlijk gekocht had. Jan zei dat er vaak mensen bij hen logeerden, onder wie minder fatsoenlijke types en bedelaars, maar dat hij die mensen alleen maar wilde helpen. In het archief ontbreekt het vonnis in de zaak van Lysbet, Jan en Fillis. Lysbet had bekend en moet dus wel gestraft zijn. Jan en Fillis bleven tot het eind hun betrokkenheid ontkennen. Misschien zijn ze er wel mee weggekomen.

Lees hier het hele verhaal van Jan en Fillis.

Zie:

De verhoren van Lysbet, Fillis en Jan in de oud-rechterlijke archieven van Alkmaar (10.3.006), inventarisnummer 50, 20 juni – 1 juli 1662.

Afbeelding: Het buurtje buiten de Alkmaarse Nieuwlanderpoort waar Jan en Fillis woonden op een kaart uit 1657.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De