Bierbrouwer Jan Caspar Witte stamde uit een straatarme familie in het Duitse Gesmold, maar werd aan het begin van de negentiende eeuw een van de rijkste mannen van Alkmaar.
Ontberingen
De familie Witte staat vermeld in het register van lijfeigenen van de landheer van Gesmold, een dorp ten oosten van Osnabrück. Dat betekent dat de jonge Jan Caspar een deel van zijn tijd moest werken voor de heer. Hij was een jaar of achttien toen hij dat leven besloot te ontvluchten. In 1785 liep hij van Gesmold naar Amsterdam. Na een tocht vol ontberingen en een ernstige ziekte, kreeg hij daar een baantje bij een brouwerij. Later werkte hij bij een brouwerij in Hoorn.
Brouwerij Het Fortuin
In 1797 had Jan Caspar Witte genoeg geld verdiend om samen met een compagnon de brouwerij Het Fortuin aan de Laat in Alkmaar te kopen. Vanaf 1806 was de brouwerij helemaal van hem. Hij woonde ernaast, eerst met zijn vrouw Catharina en vanaf 1814 met zijn tweede vrouw Francisca. In totaal kreeg Jan Caspar Witte negen kinderen.

Rijke weldoener
Witte behoorde intussen tot de rijkste mannen van Alkmaar. Hij was allang niet meer alleen bierbrouwer, maar handelde ook in huizen, land, vee, granen, koffie, peper en in schoon (drink)water. Hij was ook een belangrijke weldoener en gaf veel aan de Alkmaarse armen. Als katholiek was hij bestuurder van het rooms-katholieke weeshuis, waarvoor hij een nieuw onderkomen liet bouwen.
Levensverhaal
Toen Jan Caspar Witte in 1831 overleed, liep heel Alkmaar uit voor zijn begrafenis. Uit de papieren over zijn nalatenschap blijkt pas goed hoe rijk hij was geworden. Behalve de brouwerij en huizen en land in Alkmaar, Egmond en Langedijk bezat hij ook pakhuizen in Amsterdam en heel veel handelswaar, van peper en gerst tot hop en tabak. Jan Caspar Witte liet bovendien een bijzonder manuscript met zijn levensverhaal na.
Zie:
Jos Kaldenbach, ‘Kaspar Witte, bierbrouwer, handelaar en weldoener (1766-1831)’, Oud Alkmaar, 15 (1991) 1, pp. 16-20.



