Een Duitse bierbrouwer

Illustratie: bierbrouwerij Het Fortuin aan de Laat rond 1880.

Bierbrouwer Jan Caspar Witte stamde uit een straatarme familie in het Duitse Gesmold, maar werd aan het begin van de negentiende eeuw een van de rijkste mannen van Alkmaar.

Ontberingen

De familie Witte staat vermeld in het register van lijfeigenen van de landheer van Gesmold, een dorp ten oosten van Osnabrück. Dat betekent dat de jonge Jan Caspar een deel van zijn tijd moest werken voor de heer. Hij was een jaar of achttien toen hij dat leven besloot te ontvluchten. In 1785 liep hij van Gesmold naar Amsterdam. Na een tocht vol ontberingen en een ernstige ziekte, kreeg hij daar een baantje bij een brouwerij. Later werkte hij bij een brouwerij in Hoorn.

Brouwerij Het Fortuin

In 1797 had Jan Caspar Witte genoeg geld verdiend om samen met een compagnon de brouwerij Het Fortuin aan de Laat in Alkmaar te kopen. Vanaf 1806 was de brouwerij helemaal van hem. Hij woonde ernaast, eerst met zijn vrouw Catharina en vanaf 1814 met zijn tweede vrouw Francisca. In totaal kreeg Jan Caspar Witte negen kinderen.

Illustratie: gevelsteen met initialen van Jan Caspar Witte
Gevelsteen van brouwerij Het Fortuin, nu aan Oudegracht 238-240, met de initialen van Jan Casper Witte (Berend Ulrich).

Rijke weldoener

Witte behoorde intussen tot de rijkste mannen van Alkmaar. Hij was allang niet meer alleen bierbrouwer, maar handelde ook in huizen, land, vee, granen, koffie, peper en in schoon (drink)water. Hij was ook een belangrijke weldoener en gaf veel aan de Alkmaarse armen. Als katholiek was hij bestuurder van het rooms-katholieke weeshuis, waarvoor hij een nieuw onderkomen liet bouwen.

Levensverhaal

Toen Jan Caspar Witte in 1831 overleed, liep heel Alkmaar uit voor zijn begrafenis. Uit de papieren over zijn nalatenschap blijkt pas goed hoe rijk hij was geworden. Behalve de brouwerij en huizen en land in Alkmaar, Egmond en Langedijk bezat hij ook pakhuizen in Amsterdam en heel veel handelswaar, van peper en gerst tot hop en tabak. Jan Caspar Witte liet bovendien een bijzonder manuscript met zijn levensverhaal na.

 

Zie:

Jos Kaldenbach, ‘Kaspar Witte, bierbrouwer, handelaar en weldoener (1766-1831)’, Oud Alkmaar, 15 (1991) 1, pp. 16-20.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De