Duitsers vormden vanaf ongeveer 1625 tot in de negentiende eeuw de grootste groep immigranten in Alkmaar en de regio. Ruim de helft van alle buitenlanders die zich hier vestigden kwam toen uit het Duitse rijk.
Schoenmakers en dienstmeisjes
De meeste Duitse immigranten kwamen hierheen om werk te zoeken. Ze waren arm en konden hier meer verdienen dan in hun land van herkomst, en bovendien opklimmen op de sociale ladder. Een deel van hen was ongeschoold en ging bijvoorbeeld aan de slag als sjouwer. Maar er kwamen ook Duitse handwerkslieden en geschoolde arbeiders, of jongens die hier in de leer gingen. Zo waren Duitsers die naar Alkmaar kwamen onder meer schoenmaker of schoenlapper, kleermaker of bakkersgezel, en werkten ze in een bierbrouwerij of in de textielnijverheid, en soms ook als wielmaker, zeepzieder, pottenbakker of boekdrukker. Duitse meisjes kwamen als dienstbode in Alkmaarse huishoudens werken.
Lutherse kerk
Veel van de Duitse immigranten waren lutheranen: protestanten, maar niet van de ‘officiële’ calvinistische Nederlandse kerk. Vanaf het midden van de zeventiende eeuw stond het Alkmaarse stadsbestuur de lutheranen een eigen kerk toe aan de Oudegracht. In 1692 werd daar een hele nieuwe lutherse kerk ingewijd.
Hannekemaaiers
Naast de Duitsers die zich permanent in de stad vestigden, trokken er ieder jaar Duitse seizoenarbeiders – meestal uit Westfalen – naar de regio om op het land te helpen met de oogst, met grasmaaien of turfsteken, en met andere tijdelijke werkzaamheden. Omdat veel van die Duitse maaiers Johannes of Hans heetten, werden zij wel Hannekemaaiers genoemd.
Poepen
De Duitse immigranten hadden een negatief imago. Ze werden gezien als lomp en dom, en als bedriegers. Er bestonden allerlei scheldwoorden voor Duitsers: behalve ‘moffen’ bijvoorbeeld ook ‘knoeten’ en ‘poepen’. In Alkmaar bestond een kroeg waar veel Duitsers kwamen en die het Poepsnest werd genoemd.
Zie:
Leo Lucassen, Poepen, knoeten, mieren en moffen. Beeldvorming over Duitse immigranten en trekarbeiders in zeventiende- en achttiende-eeuwse kluchten, in: Vreemd gespuis, Amsterdam 1987, pp. 29-37.
Afbeelding: De Duitse immigranten Hans Slenderhinck en Geesje op een kinderprent uit 1670 (Rijksmuseum Amsterdam).



