Een Franse horlogemaker

Illustratie: zilveren zakhorloge gemaakt door David Carré (Stedelijk Museum Alkmaar)

In mei 1727 kwam de Fransman David Carré vanuit Hoorn naar Alkmaar. Hij vestigde zich in Alkmaar als meester horlogemaker. David Carré maakte in Alkmaar prachtig versierde (zilveren) zakhorloges en ook ‘staande horloges’ (klokken). In 1729 trouwde hij met de Rotterdamse Hester Aúbrey. Samen gingen zij aan de Langestraat wonen. Ze kregen vijf kinderen. Alleen het jongste kind overleefde zijn eerste jaren.

Schandaal

In 1737 veroorzaakte Hester een schandaal: zij raakte zwanger van de huisknecht, Willem, en ging er met hem vandoor. Op 12 augustus kregen de twee daarvoor een officiële berisping van de kerk. Een predikant verzocht David Carré om tijdelijk niet naar het heilige Avondmaal te komen. In november 1737 diende David Carré bij de Alkmaarse schepenen een verzoek in om van Hester te mogen scheiden. Hij verklaarde dat hij ‘alle [ver]schuldigde trouwe en liefde’ aan Hester had gegeven. Op 21 december 1737 ontbonden de Alkmaarse schepenen het huwelijk tussen David en Hester. Ze gaven David het recht om opnieuw te trouwen, terwijl ze Hester straften voor haar ongehoorzaamheid. Ze moest alle kosten van het proces betalen.

Belofte gebroken

David zocht na zijn scheiding zijn geluk bij zijn dienstmaagd Anna Elisabeth Heijns. Ze trouwden op 6 december 1739. Na een doodgeboren kindje beviel Anna in 1741 van een gezonde zoon. David vertrok in 1745 naar Frankrijk om een deel van een erfenis op te halen. Zijn belofte aan Anna om in maart of april 1746 terug te keren naar Alkmaar kwam hij niet na. Hij bleef in Frankrijk en liet zijn vrouw in grote armoede achter. Anna overleed uiteindelijk in 1769 in het lutherse armenhuis.

 

Zie:

Verzoek om scheiding en vonnis van de schepenen in Oud-rechterlijke archieven van Alkmaar (10.3.006), inventarisnummer 98, 12 november en 21 december 1737; Harold D.E. Bos, ‘Die blijft in Alkmaar’, Oud Alkmaar 42 (2018) 3, pp. 82-83;  Historisch-genealogisch dagboek 1722-1759, samengesteld en bewerkt door Hans Koolwijk, pp. 14-15.

 

Afbeelding: Zilveren zakhorloge, gemaakt door David Carré (Stedelijk Museum Alkmaar).

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De