Op 3 maart 1745 kocht Barendt Meijnks uit het Duitse Unna inwoning als provenier in het Sint Elisabethgasthuis voor mannen in Alkmaar. Voor 1520 gulden kreeg hij levenslang kost en inwoning in het proveniershuis. Daarvoor woonde Barendt in Amsterdam. Toen hij het jaar daarop overleed, werd er een grote zoektocht opgezet naar zijn erfgenamen.
Tarwebol en dertien beschuiten
Een proveniershuis was een soort bejaardenhuis; bewoners betaalden een eenmalig bedrag en hadden er daarna voor de rest van hun leven kost en inwoning. Als provenier kreeg Barendt Meijnks onder andere wekelijks een tarwebol en dertien beschuiten en iedere twee weken een stuk witte kaas en komijnekaas. Daarnaast kreeg hij ‘soo veel bier, als hij selfs in ordentelijkheijt sal consumeeren’. Verder werden de kleren van Barendt gewassen en gesteven en kon hij iedere middag en avond rekenen op een volledig gedekte tafel.
Brieven van zijn zus
Barendt overleed op 14 januari 1746 op zestigjarige leeftijd in het proveniershuis aan een ‘sware Wonde’ aan zijn hals. Tussen zijn spullen werden brieven gevonden van zijn zussen in Duitsland. Zijn zus Geertruijd had hem op 12 mei 1742 bijvoorbeeld geschreven over haar verdriet om de dood van haar man, die was omgekomen in de oorlog, waarschijnlijk de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). Ook haar zoons moesten naar het front. Toen Barendt eens suiker aan de bode had meegegeven voor zijn zus, stuurde Geertruijd een worst terug.
Erfgenamen gezocht
Na Barendts dood werd er onder meer via advertenties in de Opregte Haarlemsche Courant gezocht naar zijn erfgenamen. Uiteindelijk werden Barendts broer Johan en zijn zussen Elisabeth, Anna en Geertruijd gevonden. De weeskamer van Alkmaar regelde ondertussen de begrafenis en droeg zorg voor de nalatenschap. Nadat van de erfenis onder meer Barendts artsen en de timmerman van de doodskist waren betaald, werd de rest ervan overhandigd aan de broer en zussen, inclusief Delftse tafelborden en een koperen sigarendoos. De ‘sake’ van Barendt Meijnks was afgerond.
Zie:
Het dossier van Barendt Meijnks in het archief van de Weeskamer te Alkmaar (10.3.007), inventarisnummer 148G; de boedelinventaris van Barend Meijnks in het Notarieel archief van Alkmaar (10.3.003), inventarisnummer 585; het provenierscontract van Barendt Meijnks in de archieven van de gasthuizen te Alkmaar (10.1.2.044), inventarisnummer 58; stukken over de afwikkeling van de boedel van Barent Meyncks in de archieven van de gasthuizen te Alkmaar (10.1.2.044), inventarisnummer 63.
Afbeelding: De binnenplaats van het Sint Elisabethgasthuis voor mannen, prent door L. Schenk, 1730.



