Illustratie: Tot slaaf gemaakte Bengalezen aan de Nederlanders verkocht, 1676

Mensen uit Azië kwam je een paar eeuwen geleden niet vaak tegen in deze regio. Toch zijn er een paar Aziaten bekend die naar Alkmaar kwamen. Hun namen zijn terug te vinden in onder meer trouwregisters en doopregisters.

Verenigde Oost-Indische Compagnie

Een van de Aziaten in Alkmaar was een Taiwanees, een ander was afkomstig van de Soenda-eilanden, en een aantal kwam uit Bengalen. Zij waren waarschijnlijk gevangen genomen in het gebied rond de Golf van Bengalen – het hedendaagse Noordoost-India en Bangladesh – en als slaven verkocht aan Nederlanders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Voordat ze naar Alkmaar kwamen, werkten ze vermoedelijk in slavernij in huizen in Batavia of bijvoorbeeld op nootmuskaatplantages in de Molukken of boerderijen aan de Kaap in het huidige Zuid-Afrika. De Nederlanders beschouwden deze tot slaaf gemaakte mensen als hun persoonlijke eigendom.

Geen slavernij?

Het was over het algemeen verboden om mensen in slavernij mee naar Nederland te nemen. Maar af en toe dienden Nederlanders een speciaal verzoek in om bedienden mee terug te mogen nemen. Soms kregen ze inderdaad toestemming van VOC, maar vaak ook namen ze tot slaaf gemaakte mensen clandestien mee naar de Nederlandse Republiek. Volgens de wet werkten de uit Azië meegebrachte bedienden hier niet meer in slavernij; of dat in de praktijk ook zo was weten we niet.

Alkmaarders bij de VOC

Niet van alle Aziaten is precies bekend hoe ze in Alkmaar terechtkwamen. Maar verschillende Alkmaarders bekleedden in de zeventiende eeuw in Azië hoge posten bij de VOC. Misschien zijn de Aziaten door hen mee teruggebracht naar Alkmaar.

 

Zie:

Maria Holtrop, ‘Van Bengalen’, in: Eveline Sint Nicolaas, Valika Smeulders e.a., Slavernij, verschenen bij de tentoonstelling in het Rijksmuseum, Amsterdam 2021, pp. 146-175.

 

Afbeelding: Tot slaaf gemaakte Bengalezen aan de Nederlanders verkocht, prent naar een tekening van Wouter Schouten, 1676 (Rijksmuseum Amsterdam).

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Inschrijving van Johanna Jacoba West in het doopboek van de Grote Kerk van Alkmaar: 'Op gedaane Belijdenis is gedoopt, Johanna Jacoba West. Dienstmaagd Van Den Wel.Ed:Ges: Heer Fredrik Van de Wall, & gebooren op de Westkust van Sumatra, In de Oost-Indiën.'

‘Op de Westkust van Sumatra’

Johanna Jacoba West werd op 26 november 1769 gedoopt in de Alkmaarse Grote Kerk. Volgens het doopboek was zij ‘gebooren op de Westkust van Sumatra, in de Oost-Indiën’. Haar aangenomen achternaam – West – verwees ongetwijfeld naar haar geboortegrond, het westen van Sumatra, een eiland dat nu deel uitmaakt van

Detail uit de akte van notaris Adriaan Wentel, 1 februari 1748, met de beschrijving van de confrontatie met de 'vreemdelingen of poepen'.

‘Poepen’ bij Huisduinen

Op een zomermiddag in 1747 raakten gezagsdragers van Huisduinen in een weiland slaags met een groepje arbeiders, ‘meest vreemdelingen of poepen’. ‘Poepen’ was een scheldwoord voor Duitsers. Twee getuigen beschreven de confrontatie op 1 februari van het jaar daarop voor de Helderse notaris Adriaan Wentel. Allemaal baas De Duitsers waren

Illustratie: Afbeelding: Een schoolmeester aan het werk op een prent door Jan Luyken, 1694 (Rijksmuseum Amsterdam).

Twee Franse schoolmeesters

In de late zeventiende eeuw stelde het Alkmaarse stadsbestuur twee Franse schoolmeesters aan. De twee waren hugenoten oftewel Franse protestanten, op de vlucht omdat ze in Frankrijk onder druk werden gezet om zich te bekeren tot het katholieke geloof. Het stadsbestuur van Alkmaar bood hun financiële steun. Franse taalles De