Mensen uit Azië kwam je een paar eeuwen geleden niet vaak tegen in deze regio. Toch zijn er een paar Aziaten bekend die naar Alkmaar kwamen. Hun namen zijn terug te vinden in onder meer trouwregisters en doopregisters.
Verenigde Oost-Indische Compagnie
Een van de Aziaten in Alkmaar was een Taiwanees, een ander was afkomstig van de Soenda-eilanden, en een aantal kwam uit Bengalen. Zij waren waarschijnlijk gevangen genomen in het gebied rond de Golf van Bengalen – het hedendaagse Noordoost-India en Bangladesh – en als slaven verkocht aan Nederlanders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Voordat ze naar Alkmaar kwamen, werkten ze vermoedelijk in slavernij in huizen in Batavia of bijvoorbeeld op nootmuskaatplantages in de Molukken of boerderijen aan de Kaap in het huidige Zuid-Afrika. De Nederlanders beschouwden deze tot slaaf gemaakte mensen als hun persoonlijke eigendom.
Geen slavernij?
Het was over het algemeen verboden om mensen in slavernij mee naar Nederland te nemen. Maar af en toe dienden Nederlanders een speciaal verzoek in om bedienden mee terug te mogen nemen. Soms kregen ze inderdaad toestemming van VOC, maar vaak ook namen ze tot slaaf gemaakte mensen clandestien mee naar de Nederlandse Republiek. Volgens de wet werkten de uit Azië meegebrachte bedienden hier niet meer in slavernij; of dat in de praktijk ook zo was weten we niet.
Alkmaarders bij de VOC
Niet van alle Aziaten is precies bekend hoe ze in Alkmaar terechtkwamen. Maar verschillende Alkmaarders bekleedden in de zeventiende eeuw in Azië hoge posten bij de VOC. Misschien zijn de Aziaten door hen mee teruggebracht naar Alkmaar.
Zie:
Maria Holtrop, ‘Van Bengalen’, in: Eveline Sint Nicolaas, Valika Smeulders e.a., Slavernij, verschenen bij de tentoonstelling in het Rijksmuseum, Amsterdam 2021, pp. 146-175.
Afbeelding: Tot slaaf gemaakte Bengalezen aan de Nederlanders verkocht, prent naar een tekening van Wouter Schouten, 1676 (Rijksmuseum Amsterdam).



